free counter
Van A Naar Beter Den Haag

Oké, laten we het eens hebben over Van A Naar Beter Den Haag. Ja, je weet wel, dat project. Dat hele gedoe met die wegen en dat nieuwe plein en al die andere dingen waar de gemeente blijkbaar zo druk mee is. Ik heb er zo mijn eigen mening over. En nee, die mening is niet per se populair. Maar hé, wie luistert er nog naar de gewone burger, toch?

Ik bedoel, het begon allemaal zo veelbelovend. "We gaan Den Haag mooier maken!" riepen ze. "Het wordt beter, veiliger, groener!" En wij, de brave burgers, knikten instemmend. Wie wil er nou niet een beter Den Haag? Niemand, toch? Dus we stonden te juichen bij deannonce van Van A Naar Beter Den Haag. Ik zie het mezelf nog doen, met een vlaggetje en een glimlach. Nou ja, misschien zonder vlaggetje, maar de glimlach was er. Geloof me.

Maar toen begon het. En met "het" bedoel ik de werkzaamheden. De eindeloze werkzaamheden. Ik begon me af te vragen of ze niet stiekem een complete nieuwe stad aan het bouwen waren onder de oude. Want het leek wel alsof elke straat in Den Haag tegelijkertijd opengebroken werd. En niet een klein beetje, nee. Diep. Tot op de bodem. Alsof ze op zoek waren naar de schat van de Gouden Eeuw, diep begraven onder het asfalt.

En de omleidingen! Oh, de omleidingen. Ik heb meer tijd doorgebracht in mijn auto, cirkelend als een verdwaalde duif, dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Eerst ging je van A naar B. Simpel. Nu? Nu ga je van A naar X, dan naar Q, dan via een noodopgang op de snelweg naar een dorp dat je nog nooit hebt gehoord, om uiteindelijk, na drie uur zweten en schelden, weer in de buurt van je oorspronkelijke bestemming te belanden. Met een hartslag van 180 en een paar nieuwe grijze haren.

En dan die borden. Die borden met "Omleiding". Ze waren er in alle soorten en maten. En met alle soorten betekenissen. Sommige leken wel te bestaan uit geheimschrift. "Volg de gele pijl, tenzij de blauwe sterren niet op één lijn staan met de maan." Ik heb vaak de neiging gehad om een verkeersregelaar te vragen of hij niet even de officiële handleiding van Van A Naar Beter Den Haag voor me wilde uitprinten. En een kopje thee voor me wilde zetten.

Samen maken we Den Haag duurzaam beterSamen maken we Den Haag duurzaam beter

Het meest fascinerende vond ik nog wel de snelheid waarmee deze projecten zich ontwikkelden. Of beter gezegd, niet ontwikkelden. Ik reed op een ochtend langs een straat die al weken open lag. Er stonden twee mannen, in de zon, te praten. Ze leken meer bezig met het analyseren van de wolkenformaties dan met het aanleggen van een rioolbuis. Ik dacht: "Zijn dit de specialisten die Den Haag naar een hoger niveau gaan tillen? De architecten van onze toekomst?" Ik zag ze al voor me, met gouden lepeltjes in hun handen, de nieuw geplaatste tegels likkend.

En toen kwam het moment dat ik moest beslissen waar ik mijn auto moest parkeren. Vroeger had ik een vaste plek. Nu? Nu was het een dagelijkse loterij. Soms stond ik drie straten verderop. Soms moest ik mijn auto bij de buren in de tuin zetten. Ik begin te vermoeden dat de gemeente met Van A Naar Beter Den Haag ook een nieuw parkeerbeleid aan het uitrollen was. Een beleid gebaseerd op geduld, uitputting en een flinke dosis geluk.

Filosoof van Vrede en Recht – SpinozaFilosoof van Vrede en Recht – Spinoza

Ik heb serieus overwogen om een bakfiets te kopen. Een hele grote. Met een navigatiesysteem dat speciaal is ontworpen voor de post-apocalyptische infrastructuur van Den Haag.

En de communicatie! Ja, de communicatie. Er waren brieven. Heel veel brieven. In nette, officiële taal. Met schema's en data. Data die vervolgens, bijna elke week, werden aangepast. Ik heb een map thuis, vol met deze brieven. Het is mijn persoonlijke archief van de "verbeteringen" aan Den Haag. Ik noem het de Van A Naar Beter Den Haag Bijbel. Een dik boek vol met beloftes en uitgestelde realisaties.

Maar nu komt het. En dit is waar mijn impopulaire mening naar boven komt. Ondanks al het gedoe, de vertragingen, de omleidingen die mijn GPS deden huilen... er is toch iets. Als ik nu door die straten rij, die nu af zijn, of bijna af zijn... dan zie ik het wel. Het is echt mooier. De pleinen zijn opener. De stoepen zijn breder. En ja, er zijn meer bomen. En ik weet het, ik weet het. Het is een beetje gek om dat toe te geven. Want het voelt als verraad aan al mijn frustraties.

Maar soms, heel soms, als ik op een terrasje zit op een van die nieuwe pleintjes, met een kop koffie, en ik zie kinderen rondrennen zonder dat ze bang hoeven te zijn voor overstekend verkeer... dan denk ik: Misschien was die hele rommel toch een beetje de moeite waard. En dat, mijn vrienden, is mijn ware, ongemakkelijke, maar eerlijke mening over Van A Naar Beter Den Haag. Nu, als u mij wilt excuseren, ik moet weer even de weg zoeken. Want het is hier nog steeds een beetje een doolhof. Maar wel een mooier doolhof.